Volendammer dasjes vlechten met Loret Karman

Op zondag 14 juni bezocht Crafts Council’s Guusje de cursus Volendammerdasjes vlechten door Loret Karman. Guusje deelt in dit artikel haar ervaringen.

Als toeristen aan Nederland denken, zien ze vaak een meisje in Volendammer klederdracht voor zich, met in de ene hand een stuk kaas, in de andere hand een bos tulpen, op klompen en op de achtergrond een molen. Dit beeld is echter al lang verdwenen uit ons straatbeeld. Het is dus ook niet gek dat de Volendammer dasjes tegenwoordig voornamelijk voor de toeristenindustrie worden geproduceerd. Helaas betekend dat ook dat jonge Nederlanders vaak niet eens meer weten van het bestaan van het dasje; een typisch onderdeel van de Volendammer klederdracht. Als er een ommetje werd gelopen knoopten de bewoners van Volendam het blauw witte dasje snel even om. Ook werden er verhalen verteld met de patronen en kleuren. Het dasje werd bijvoorbeeld vervangen door een zwart-wit exemplaar als er een naaste was overleden. Later droeg men het dasje vaak decoratief en losjes om de hals waarbij beide uiteinden recht naar beneden hangen.

Volendammer klederdracht

Modeontwerper Walter Van Beirendonck belde een aantal jaar gelden naar Crafts Council met de vraag of we ‘iemand’ kenden die voor hem dasjes kon produceren zoals hij die een keer in Volendam gekocht had. Natuurlijk was dit een project voor Loret Karman en Rita Huijink (ook wel De Amsterdamse Steek). Naar aanleiding van deze vraag gingen zij op zoek naar de oorsprong van de dasjes. Al gauw kwamen ze terecht bij Maartje Tol-Boont, een van de nog weinige maaksters van de dasjes. Ze liet hen zien dat de dasjes die wij nu overal op foto’s zien, niet gebreid zijn maar met een dunne haaknaald gehaakt worden. Bij voorkeur met acryl garen, want dat is en blijft echt wit. Tol-Boont haakt patronen die ze kopieert van oude dasjes. Dat was echter niet wat Walter wilde, hij wilde gevlochten dasjes. Volendam expert Liesbeth Woestenburg is een van de weinige vrouwen die dit ambacht nog beheerst. De oorspronkelijke dasjes werden immers op lange breiplanken gemaakt. Loret en een collega gingen in de leer en produceerden samen met het team van De Amsterdamse Steek de dasjes op originele breiplanken voor Walter Van Beirendonck. De dasjes werden in 2017 op de catwalk in Parijs getoond in de collectie ZWART.

Walter Van Beirendonck

Loret Karman is een coloriste, garenverver en handbreier. In haar werk is een groot respect voor ambachtelijke technieken, brei- en borduurgarens te zien. Na de opdracht wilde ze dolgraag haar bevindingen en kennis doorgeven. ‘Deze techniek is zo bijzonder dat het niet verloren mag gaan.’ Vanuit deze gedachten is de cursus Volendammer dasje vlechten ontstaan.

Op zondag 14 juni waren er tien cursisten en lag er op elke tafel een breiplank van ruim een meter. Afstand houden was dus vanzelfsprekend. Bij binnenkomst stuitten we op een tafel vol, door Loret hand geverfde, garens van 100% lamswol in alle kleuren van de regenboog. We startten met een voorstelronde, het was een interessante groep met zeer verschillende achtergronden. Van mode ontwerpster tot directeur van een basisschool, van operatieassistent tot educator in het Mauritshuis; allemaal met een passie voor maken.

Loret vertelt in vogelvlucht wat ons te wachten stond zodat we zo snel mogelijk aan de slag konden gaan. ‘Vroeger werd een dasje in een paar uur gemaakt, ons kost dat vandaag zeker een hele dag’. Een Volendammer dasje wordt oorspronkelijk gevlochten op een breiplank met gebruik van een weeftechniek en vervolgens werk je het dasje af met haakwerk. Het is een bijzondere manier van maken die we tegenwoordig niet meer kennen. Loret verzekerde ons dat ze later alle ins en outs van de streekdracht, de geschiedenis, haar project voor Walter, de techniek en het dasje zou gaan vertellen.

Voor het vlechten worden planken van 1 meter lang en 20 centimeter breed gebruikt. Langs de lange kanten van de plank zijn spijkertjes geslagen met tussenruimtes van 0,5 cm. De schering wordt vervolgens om deze spijkertjes gespannen. Daarna worden de lange inslagdraden ingeregen volgens een patroon of intuïtief. Van deze patronen bestaan geen teltekeningen of weefbrieven, ze worden nagemaakt van oude dasjes.

Volendammer dasje Loret Karman

Halverwege de dag zetten we de dasjes naast elkaar op een bankje in de binnentuin om van elkaar te leren. Loret stelde ons de vraag; zijn dit allemaal Volendammer dasjes? We bespraken de kwestie. Wat als je afwijkt van het originele kleurpalet? Wat als het dasje in Amsterdam is gevlochten en niet in Volendam? Of moet juist de vlechter uit Volendam komen? Kan de techniek ook gebruikt worden voor een ander kledingstuk? We kwamen tot de conclusie dat de breiplank in combinatie met de techniek de onveranderlijke en dus essentiële factor is. Het gesprek zou nog uren door kunnen gaan maar iedereen wilde ook gauw weer aan het werk. We moesten flink doorwerken om het dasje in een dag af te krijgen. Er was geen tijd te verliezen!

Volendammer dasje Loret Karman

Als het vlechten klaar is, worden van de inslagdraden aan de uiteinden van de dasjes pluimen van ongeveer vijf centimeter lang geknoopt. De meeste dasjes konden aan het einde van de dag van de plank afgehaald worden. Een enkel dasje gaat op de plank mee naar huis om verder afgemaakt te worden. Loret adviseerde het dasje enkele dagen te dragen voordat de puntjes op de i gezet kunnen worden. De laatste stap is namelijk het omhaken langs de lange kanten. Hiervoor volgen er nog online instructies.

Volendammer dasje Loret Karman

Na een lange dag vlechten in opperste concentratie is iedereen in de groep blij met het resultaat. ‘Wauw, die van jou is óók al zo mooi!’; klinkt meerdere malen door de ruimte. Er is werkelijk geen enkel dasje niet goed gelukt. Dit laat zien dat deze bijzondere techniek laagdrempelig en verwonderlijk is. Zelfs kinderen zouden hun eigen dasje kunnen vlechten. Vroeger werden immers ook alle gezinsleden ingezet om dasjes te vlechten. Na schooltijd en voor het buitenspelen moesten kinderen een dasje vlechten, ze beheersten de techniek uitmuntend. Een kind knipte lange draden en de rest vlocht ze in.

Een aantal van onze dasjes wijken sterk af van de authentieke kleuren en patronen maar dat bewijst dat het dasje ook zeker op een hedendaagse manier gedragen kan worden. Een origineel Volendammer dasje bestaat uit drie banen en wordt in drie delen gevouwen waardoor een dikke, smalle baan ontstaat. Is de ene kant vies? Dan kun je het dasje gewoon andersom vouwen. Later werd bij de gehaakte dasjes zelfs een stuk afgeknipt als het dasje versleten was. Het ‘saaie’ middenstuk wordt dan hergebruikt. Ik moet er zelf niet aan denken om de schaar in mijn dasje te zetten! Al wordt mijn dasje vies, deze blijft in mijn collectie want mijn herinterpretatie van het Volendammer dasje is onderdeel van een prachtig verhaal uit het culturele erfgoed van Nederland. En zoals Loret zo mooi heeft gezegd: ‘Laten we het dasje opnieuw onder de aandacht brengen en nieuw leven inblazen. Dit verhaal moet verteld worden!’

Bekijk hier de website van de Amsterdamse Steek.

Meer zien van Loret? Volg haar op Instagram. 

Volendammer dasje Loret Karman