Stoelen matten

Stoelmatten is het vlechten van een stoelzitting met een koordachtig materiaal (ronde doorsnede) zoals touw, riet en rotan. De ‘koorden’ liggen meestal verdeeld in vier vlakken, volledig naast elkaar en vormen een dichte structuur.

Het matten van stoelen is al erg oud, maar niemand weet precies hoe oud. Het proces was al bekend bij de Egyptenaren. De techniek die wij kennen, is waarschijnlijk van Zuid-Amerika en Engeland naar Nederland gekomen.

Er worden verschillende natuurlijke producten gebruikt voor het vlechten, zoals stengels van riet, bies rus en rotan. In Nederland waren er verschillende biezenboeren die deze grondstof produceerden, maar ook in de Biesbosch groeiden veel biezen. De bies is een waterplant, waarvan anderhalve meter onder water groeit. Dat gedeelte wordt gebruikt voor de stoelzittingen. Na twee jaar wordt het geoogst, gedroogd en dan weer voor het matten vochtig gemaakt. Met twee of drie biezen wordt een “touw” gedraaid dat circa 5/6 mm. dik is. Dit touw wordt in een bepaald patroon gewikkeld tot de zitting vol is. Het is een heel flexibel maar taai materiaal.

Het matten met biezen werd voor boeren- en kerkstoelen gebruikt. Hierbij wordt materiaal zondanig gevlochten dat er een dichte structuur ontstaat. Een andere techniek is cannage (webbing). Al in de zeventiende eeuw was dit een populaire vlechttechniek voor stoelen en andere meubels, waarbij er een open structuur volgens een bepaald patroon ontstond.



Riet / stro / rotan