Haarwerk

In de 19e eeuw werden haarsieraden enorm populair. 
Dit gebruik paste naadloos in de tijd van de opkomende romantiek om een sieraad te dragen waarin het haar van een dierbare overledene verwerkt was.

Een sieraad van haar heet een haarwerk. Een haarwerk kon heel simpel zijn met een lok haar in een hanger of een met haar omkranst portret. Aan het eind van de 18de eeuw begint echter een bloeiperiode met zeer kunstzinnige haarwerken. Simpele ontwerpen maakten plaats voor hele landschappen in haar en ingewikkelde fantasiebloemen. De haarschilderijen waren meestal gemaakt met waterverf op een achtergrond van perkament, papier, hout of zelfs melkglas of ivoor. Het haar werd geprepareerd door deze te wassen en in wijngeest (ook wel “spiritus vini” oftewel gedestileerde wijn) te koken. Hierdoor werd het haar zacht en buigzaam. Haarwerken werden zowel door echte “haarkunstenaars” als leken gemaakt. Met name kappers en pruikenmakers vervaardigden, zover je van een vak kon spreken, vakkundige werkjes. Ook werden er door verschillende juweliers modellenboekjes voor haarsieraden uitgegeven. De bloeitijd van haarwerken duurde tot in de tweede helft van de 19de eeuw. Daarna maakte de opkomst van de fotografie een einde aan de kunstzinnige haarwerkjes.