Indigo: Sharing blue – Week 3

Deze week leerden de maker-designers indigo verven op traditionele Japanse wijze door “Living Treasure” Mr. Matsueda.

Mr. Matsueda is door de Japanse overheid benoemd als National Living Treasure. Dit betekend dat hij er voor moet zorgen dat de indigo verftechniek die hij van zijn overgrootvader, grootvader en vader heeft geleerd, moet behouden en overdragen aan een volgende generatie.


Indigo plant

Mr. Matsueda leeft samen met zijn vrouw en zoon in het dorpje Shitoku in het gebied Korume. De woning ligt aan de rand van een berg en is omgeven door velden met natuurlijke verfplanten. Het verhaal gaat dat de herkomst van de Japanse indigo verbonden is met dit gebied. Bij opgravingen zijn sporen gevonden van het verven van indigo. Er wordt aangenomen dat 1000 jaar geleden al vers indigoblauw werd gebruikt om kleding te verven. Dit werd gedaan door vers indigoblad direct met de kleding te vijzelen. Rond 1700 is het gebied vanuit de overheid bestemd voor indigo teelt, katoen teelt en saffloer (ook een verfplant). Waarschijnlijk had dit ook te maken met de toegenomen populariteit van indigo en katoen. De lagere klassen mochten in die tijd geen zijde meer gebruiken en zochten hun toevlucht in het indigo geverfde katoen dat vanuit China Japan was binnen gekomen.


Verfbad met verse indigoblad

Matsueda en zijn vrouw leren de maker-designers van vers indigoblad een klein verfbad te maken.

Oorspronkelijk verft men in Japan met de volgende indigo planten:
Ai = Indigo
Taisei= Wede / Spindigo (Isatis tinctoria)
Tade-Ai = Duizendknoop (Persicaria tinctorium)
Yama-ai = Bergindigo

De ontwerpers werken deze dag met verse Ai (indigo) zonder toevoegingen. Als het blad wordt gekneusd, verschijnen al blauwe lijnen in het blad. Matsueda heeft een klein veld van deze indigo plant. Hij gebruikt het voor educatieve doeleinden maar voedt er ook zijn bad mee (samen met gefermenteerde indigo die hij lokaal inkoopt). De plant bestaat zowel met witte als roze knopjes. De plant met de witte knopjes verft volgens Matsueda’s vrouw, Sayoko Matsueda, het beste. De indigo moet het eind van de zomer geoogst worden voordat de zaden zich ontwikkeld hebben.

Na het plukken van de bladeren worden deze gewassen en krijgt ieder een vijzel. 10x rechtsom vijzelen, 10x linksom. Net zo lang tot het blad een soort dikke pesto is geworden. Af en toe wordt er een klein beetje water bij gegoten.


Indigopasta

Mr. Matsueda verteld dat de plant medicinaal is voor maag en huidklachten. Sayoko Matsueda verhit zijde doeken tot honderd graden. De indigo pasta wordt in een zeef geschept en boven een schaal uitgeknepen. In dit vocht wordt de natte zijde doek gerold en gevouwen net zo lang tot dat deze mooi groen is. Als het groen goed in de doek zit, kan deze uitgeklopt worden (zo komt er zuurstof komt in) en na het uitspoelen wordt de doek uitgehangen. De methode is simpel maar de kleuren blijven zeer licht, tenzij het proces meerdere keren wordt herhaald voor een donkerdere kleur.


Het resultaat wordt uitgehangen om te drogen