Expertmeeting Crafts&Innovation

Expertmeeting Crafts & Innovation
7 april 2016
Yame, Japan


De expertmeeting Crafts & Innovation was een waardevolle uitwisseling over erfgoed, innovatie, business, onderwijs en infrastructuur. De onderwerpen werden zowel door Nederlandse als door Japanse deelnemers onder de loep genomen en vanuit de eigen cultuur en traditie op inspirerende wijze toegelicht.
DutchCulture nam het initiatief en organiseerde de expertmeeting in samenwerking met de Nederlandse ambassade in Tokio. Partners bij deze organisatie waren Unagi-no-nedoko, Nagasakirinne en Crafts Council Nederland.

Deze expertmeeting bracht niet alleen nieuwe informatie en inspiratie vanuit een andere cultuur, door middel van de meeting werden de deelnemers ook in staat gesteld om opnieuw te reflecteren op de situatie in eigen land. Voor de Nederlandse deelnemers was het verblijf in Japan ook een unieke gelegenheid om, ver van de dagelijkse beslommeringen, kennis uit te wisselen en plannen voor samenwerking te maken.

De craftscultuur in Japan is anders dan in Nederland. In Nederland kan je amper nog spreken van een ambachtencultuur. Ambachten zijn in Japan, al vanaf het begin van het keizerrijk zo’n 2500 jaar geleden, diepgeworteld in de cultuur. Om de Japanse cultuur te beschermen wijst de Japanse overheid sinds 1950, geregeld bij de wet, National Living Treasures aan. National Living Treasures zijn op het gebied van crafts uitzonderlijk goede vakmensen die met hun traditionele manier van werken zorgen voor het behoud van het Japanse immaterieel ambachtelijk erfgoed. Met dit systeem, deze wet, wordt kennis bewaard en doorgegeven. Diegenen die aangewezen zijn als National Living Treasures moeten met hun werkwijze voldoen aan een streng pakket van eisen. Daar staat financiële support vanuit de overheid tegenover.
In Japan zijn er nog steeds talloze familiebedrijven die al generaties lang ambachten beoefenen met ongelooflijk veel geduld, liefde en precisie. Vijftien jaar stage lopen is geen uitzondering. De eeuwenlange repetitieve handelingen hebben geleid tot uitzonderlijk vakmanschap en kwalitatief hoogstaande producten. De producten die gemaakt worden zijn veelal verbonden met de Japanse traditie, zoals textiel voor kimono’s, keramiek voor servies en lakwerk voor houten kommen, dozen en meubels. De producten worden voor het merendeel in eigen land verkocht. Maar de tijden veranderen in Japan. Alhoewel traditie en de waardering van vakmanschap nog hoog in het vaandel staan, neemt de vraag naar traditionele producten af en vindt er vergrijzing plaats onder de ambachtslieden.

In Nederland is de situatie heel anders. Nederland heeft in de vorige eeuw ambachtelijke productie naar het buitenland verplaatst en is vooral een dienstenland geworden. Mede hierdoor is kennis van ambachtelijke technieken verdwenen en zijn ambachtelijke tradities verwaarloosd. Ambachtsscholen bestaan niet meer en in het kunstonderwijs, dat ooit gestoeld was op de Bauhausprincipes, is de nadruk meer op de conceptuele kant komen te liggen. In het algemeen kan je zeggen dat door deze veranderingen het ontwerpen los is komen te staan van het maken en van het productieproces. Dit heeft nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, zoals conceptueel denken en -ontwerpen, en artistic research, waarbij kunstenaars en designers worden gestimuleerd om hun werk ook theoretisch te benaderen. In sommige landen kan je ook op crafts promoveren.
De splitsing tussen het ontwerpen en het maakproces heeft ook tot beperkingen geleid. De mogelijkheid tot het nemen van ontwerpbeslissingen tijdens het maakproces is niet aan de orde, evenals de mogelijkheid van flexibiliteit en variatie, die het maakproces mogelijk maakt. Door niet primair met materialen en grondstoffen te werken, heeft de conceptueel ontwerper veel minder materiaalkennis en maakt ook minder gebruik van materiaaleigenschappen als uitgangspunt om tot vormgeving te komen.
Qua resultaat geven conceptueel gemaakte ontwerpen waarschijnlijk een ander resultaat dan designing-by-doing. Het zou goed zijn om het karakter en de waarde van beide benaderingen nader te onderzoeken.

In grote lijnen kan je zeggen dat Japan met haar werkwijze naar binnen is gericht en excelleert in hoogwaardig vakmanschap voor producten voor eigen gebruik. Nederland is naar buiten gericht en innoveert in vorm en concept, en heeft afnemers over de hele wereld.
We hebben te maken met twee uitersten: Japan die haar traditie koestert en nog heel veel kennis bezit, en Nederland die gericht is op innovatie en wellicht mede daardoor haar tradities verwaarloost en ambachtelijke kennis verloren heeft. Wat beide landen bindt is dat ze voor een grote uitdaging staan wat betreft de toekomst van de ambachten, ieder vanuit een ander perspectief.

De uitdagingen voor de toekomst
Japanse deelnemers vertelden o.a. over nieuwe businessmodellen, zoals het oprichten van craft coöperaties en gezamenlijk optrekken bij de verkoop, productontwikkeling en het organiseren van festivals: Unagi-no-nedoko, More than a project, Nagasakirinne en Mono Japan. We hoorden dat onderwijs en business elkaar opzochten en er inspirerende projecten uit ontstonden: het pottery project van Kyushu University en samenwerking met Muji voor verkoop van producten.
En we namen kennis van het prestigieuze Arita1616 project, waarbij de lokale industrie samenwerkt met buitenlandse designers en de innovatieve resultaten op de internationale markt brengt.

Nederlandse deelnemers vertelden over o.a. hoe erfgoed bewaard én ontwikkeld wordt door een werkplaats aan het museum te koppelen waar designers kunnen studeren, leren, experimenteren, prototypes of unieke stuks kunnen maken (Textiel Museum Tilburg). Er werd verteld hoe het kunstonderwijs zich aan het heroriënteren is en waarbij crafts ingezet kunnen worden voor innovatieve producten en voor maatschappelijke ontwikkelingen, zoals duurzaamheid en lokale productie (ArtEZ). Cor Unum vertelde over het belang van samenwerken met designers voor behoud van kennis maar ook voor het ontwikkelen van kennis door het maken van innovatieve producten. Crafts Council Nederland legde uit dat om opnieuw een craftscultuur tot stand te brengen in Nederland, de domeinen erfgoed, innovatie, business en onderwijs samen moeten optrekken. Crafts Council Nederland initieert hiertoe tal van projecten om deze samenwerking tot stand te brengen en bouwt aan een infrastructuur voor de crafts met musea, scholen en masters in crafts.

In Nederland is crafts met een wedergeboorte bezig, crafts kan zich verheugen op een herwaardering met een nieuwe economische en culturele toekomst. De nieuwe generatie makers schudt aan de fundamenten van een economisch paradigma dat dominant geworden is in de afgelopen eeuw. Het concept van maken en productie wordt nu in een breder verband gezien, samen met de vormgeving. De nieuwe ontwerper ontwikkelt producten door conceptueel denken en kennis van het hele maakproces te integreren.

Ontwikkelingen in Europa
Grote internationale luxery brands hebben het belang van de artisinale know-how ontdekt voor hun communicatie en voor een nieuw referentiekader. Ook traditionele producenten en de nieuwe generatie makers gebruiken het woord ‘ambachtelijk’ als een onderscheidende factor voor kwaliteit, aandacht voor detail en het personificeren van producten. Gerelateerd aan het maken zijn limited editions en custom-made. Dit voegt ook waarde toe aan producten.
De herontdekking van de waarde van de crafts draagt bij aan een nieuwe kijk op productie en duurzaamheid. De maker-designer zorgt met zijn manier van werken voor nieuwe creatieve, culturele en economische scenario’s. De huidige maker is niet dezelfde als uit de tijd van de industrialisatie en de pre-industrialisatie. Wel zijn er een aantal overeenkomsten. Zo zijn maker-designers betrokken bij het hele maakproces en kunnen door middel van het maakproces innoveren. Dit zorgt voor een continu leerproces met hoofd, hart en handen. Ook zijn ze door het maakproces flexibel in het handelen en kunnen ze beslissen in het moment; ze kunnen hierdoor met veel variatie produceren. Door digitale communicatie zijn ze weer net zoals vroeger in staat om direct contact te hebben met de klant. De potentie voor ‘custom-made’ productie biedt toegang tot een nieuwe relatie met de eindgebruiker. Deze nieuwe ontwikkelingen, samen met het gebruik van regionale, duurzame materialen zullen leiden tot nieuwe creativiteit en nieuwe business modellen.

Tot slot
We staan we aan het begin van een nieuw maak-tijdperk. De waarde van crafts in al haar facetten wordt steeds duidelijker. De ambachtelijke praktijk zal opnieuw gedefinieerd moeten worden. Dat heeft invloed op de inrichting van ons onderwijs, op productieprocessen, werkgelegenheid, materiaalgebruik, op het keten-denken en het behoud van erfgoed. Talentontwikkeling is daarbij van cruciaal belang, talent dat voldoet aan de eisen die de creatieve economie stelt, maar ook talent dat ertoe bijdraagt om het belangrijke cultureel erfgoed te kunnen behouden door innovatie en vernieuwende concepten.

De komende jaren zal er al doende expertise ontwikkeld worden over hoe een nieuwe ambachtencultuur en ambachteneconomie er uit gaat zien. Dit ontwikkelingsproces is als het maakproces zelf: het kost tijd, de antwoorden zitten in het proces zelf en komen tot stand door de voortdurende dialoog van de maker met zijn materiaal, de nieuwe producten en productie, en de nieuwe markten die om een duurzame strategie vragen, kortom: een continu leerproces. Japan en Nederland kunnen hierbij samen optrekken en veel van elkaar leren.

Door: Marion Poortvliet

www.hollandkyushu.com